Zambia – wild, wilder, wildst

Zambia is een land van ongerepte natuur en overvloedig wild. Naast het fenomenale South Luangwa NP, heb je met o.a. North Luangwa, Kafue en Lower Zambezi NP een aanbod om van te watertanden.Een aantal van deze parken zijn gedurende het regenseizoen gesloten, de cmps worden opgeruimd. Door dit beperkt contact met mensen is het wild hier nog echt wild!

Naast natuurlijke wonderen als de bat migration, de Zambzi rivier of de Victoria watervallen, biedt Zambia een gastvrije en avontuurlijke ervaring. Het is de ideale locatie om je nodige dosis wild te zien, bv. in combinatie met Malawi, Zimbabwe of Mozambique.

Klimaat en beste reistijd

Voor een groot deel gelegen in de Afrikaanse tropen krijgt Zambia massa’s zonlicht, al valt de hitte die daarmee gepaard gaat op de meeste plekken reuze mee vanwege de regenval en de hoogte. Het is al bij al een gematigd klimaat, al kan het in de grote valleien wel drukkend warm zijn. Ruwweg onderscheiden we drie periodes: van december tot april is het heet en nat, met regelmatig stortbuien op het einde van de middag. Van mei tot augustus is het droog en koelt het af. In september en oktober is het ook droog, maar lopen de temperaturen terug op. Vooral in de zuidelijke valleien ( Luangwa & Lower Zambezi) kan het kwik stijgen tot 45o in deze periode.

Lodges of kamperen

De wegen in Zambia zijn over het algemeen in slechte staat. In steden als Lusaka en Livingstone valt dit goed mee, maar ook hier worden mooie stukken asfalt afgewisseld met ruige wegen met kuilen en putten. Daarbovenop zijn de (asfalt)wegen voor westerste normen erg smal, vaak aflopend aan de zijkant om overtollig water af te voeren bij zware regenval.

In het droge seizoen valt het allemaal wel mee en heb je niet per se een 4×4 nodig (met uitzondering van het westelijke gebied waar Kalahari zand het rijden bemoeilijkt), maar het wordt vooral gevaarlijk als het heeft geregend (december-april). In dat geval kan je in geen geval met een gewone personenwagen (sedan) de weg op in Zambia, zelfs met een 4×4 is het link. Zambia is een land waar je niet zomaar achteloos gaat rondrijden, (4×4) ervaring in Afrika is zeker gewenst.

Hoogtepunten

 In het noordoosten van Zambia ligt de Luangwa Vallei met een oppervlakte twee keer zo groot als België. South Luangwa NP is een van de grootste natuurreservaten ter wereld (9050 km2) en kent een ongeëvenaarde variatie en hoeveelheid wild. Vanuit Lilongwe, de hoofdstad van Malawi, rij je 7 uur tot South Luangwe NP, al is vliegen naar Mfuwe airport ook een optie.

Zambia staat bekend als het land waar de wandelsafari werd “uitgevonden”, of alleszins voor het eerst systematisch uitgevoerd, door Norman Carr. Voor velen blijft dit onmiskenbaar de beste manier om de Afrikaanse wildernis te verkennen. Het is een erg intieme manier om kennis te maken met ‘the bush’. Maar met zulke hoeveelheden wild, zoals je die vindt in South Luangwa, zijn de 4×4 safari’s ook meer dan de moeite waard. Ook night drives zijn hier erg populair, ze leveren regelmatig luipaard ‘sightings’ op. Komt daarbij dat in Zambia veel van de beste safarigidsen van Afrika zitten, dan ben je hier echt wel op je plaats als je jezelf als een wild- en natuurliefhebber bestempelt.

Het hart van het park is de Luangwa rivier, die het landschap en de vegetatie in grote mate bepaalt. De wilde dieren in deze streek zijn voor een groot deel ook afhankelijk van de rivier, dus de hoeveelheden die je aantreft aan de overs zijn verbluffend. South Luangwa NP wordt dan ook vaak als een van de laatste grote wildernisgebieden in Afrika genoemd, mede dankzij deze onaangetaste rivier, waar je gegarandeerd te veel nijlpaarden en krokodillen zult zien om te tellen.

 Het park staat voornamelijk bekend voor zijn hoge aantal luipaarden, leeuwen en grote troepen wilde honden. Dit maakt de game drives erg spectaculair, zeker omdat wilde honden het in andere wildparken erg moeilijk hebben. Verder leven er meer dan 60 verschillende diersoorten en 400+ vogelsoorten. In het ‘emerald season’ van november t.e.m april, wordt dit aantal nog aangevuld met meer dan 200 soorten trekvogels, die de winter in hun landen vermijden.

 Nightdrives zijn op weinig plaatsen zo lonend als in de Luangwa Vallei. Niet alleen luipaarden laten zich ’s nachts makkelijker spotten, ook andere nachtdieren zoals de serval, civet kat of de schattige bush baby worden vaak gezien. Voor fotografen is zo’n nightdrive natuurlijk minder interessant, gezien je het belangrijkste voor een goede foto mist: licht. Het is wel echt de moeite om minstens 1 keer tijdens uw verblijf in South Luangwa te proberen, gewoon om het verschil tussen dag en nacht van dichtbij mee te maken. 

North Luangwa NP wordt gezien als een van de laatste ongerepte en authentieke stukken wildernis van Afrika. Dit komt onder meer door de ligging va het park, ver van de bewoonde wereld en gebaande paden. Het park trekt dan ook een gering aantal bezoekers op jaarbasis, zeker in vergelijking met haar zuidelijke tegenhanger. En net dát maakt North Luangwa zo bijzonder.

Het noordelijke park is met zijn 4.636 km2 ongeveer half zo groot als zijn grote broer in het zuiden. De verschillende ecosystemen bestaan vooral uit dicht begroeide struikgewassen en ‘woodlands’, vergelijkbaar met wat je vindt in South Luangwe NP. Dit maakt dat ook in North Luangwe NP wandelsafari’s erg populair zijn, zeker in het droge seizoen.

North Luangwa staat in de eerste plaats bekend om haar enorme aantallen buffels, tot wel 1000 stuks per kudde. Laat deze buffels nu per toeval het lievelingshapje zijn van de leeuw, wat maakt dat het park ook grote aantallen leeuwen, maar ook hyena’s, herbergt. Het komt dan ook niet zelden voor dat je een jachtpartij of een “kill” tegenkomt in North Luangwa.
In de jaren 70 en 80 werd er massaal gestroopt in Zambia. Tot die periode was Zambia een van de landen met de grootste populatie (witte en zwarte) neushoorns, maar na de massale stroperij bleef er geen enkele zwarte neushoorn meer over. Begin jaren 2000 zijn ze opnieuw geïntroduceerd, en ze doen het redelijk goed. Deze ontwikkeling is mede zo succesvol in dit park door de afwezigheid van permanente accommodaties en wegen, wat maakt dat dit gebied minder bezocht wordt, en zwarte neushoorns houden wel van rust.

Er stromen een aantal rivieren door en aan de grenzen van North Luangwe. Centraal is er de Mwaleshi rivier, een permanente waterbron die uiteraard veel wild op de been brengt. Dit is ook de locatie waar de (tijdelijke) accommodaties liggen. De paar accommodaties die het park telt zijn slechts van juni tot en met oktober geopend. Wanneer het regenseizoen in november-december begint, worden de ‘bush camps’ afgebroken. Pas in mei, als de meeste regenval achter de rug is, worden deze accommodaties weer opgebouwd.

Bijgevolg zijn juni tot en met oktober de beste reismaanden voor dit park. Reken op hoge temperaturen in september en oktober die wel tot 45° kunnen stijgen. Ondanks de hitte zijn dit de maanden waarin het makkelijkste wild wordt gespot en het vogelleven het meest uitbundig is.

Kafue National Park is het oudste en meteen ook het grootste nationaal park in Zambia. Met zijn 22.400 km2 is het maar liefst 5 keer zo groot als Nederland. Het is tevens makkelijk te bereiken, want het ligt op maar 200km van Lusaka, de hoofdstad van Zambia. Kafue is een klassiek safaripark met alle wat je van zo’n park verwacht: ‘bush’ en ‘woodlands’ afgewisseld met slingerende rivieren (met als voornaamste de Kafue river) en het occasionele moeras. In een park zo groot als dit kan je een hele resem ecosystemen verwachten, en die trekken allemaal verschillende soorten wild aan. Het mag dan ook niet verbazen dat hier gigantische populaties wilde dieren te vinden zijn, maar de grootte van het park in combinatie met zijn dichte begroeiing maakt dat het alsnog moeilijk kan zijn om deze dieren te spotten. Hier is de zoektocht dan ook meer dan ooit een echt avontuur.

In de noordelijke sector van Kafue liggen de ‘Busanga Plains’ die sterk doen denken aan de open graslanden van de Serengeti. Deze savannes zijn de ideale habitat voor verschillende gazellesoorten. Je vindt hier dan ook zeldzamere soorten zoals de oribi, roan antilope en de moerasantilope (Iechwe). Busanga Plains is alleen bereikbaar per 4×4 tussen juli en eind november. In deze droge periode brengen de vruchtbare regio en de daarbij horende antilopen heel wat leeuwen, cheeta’s en hyena’s op de been. De overige maanden van het jaar ondergaan de savannes een metamorfose en veranderen in moerassen en drassige waterpoelen. Over het algemeen is dit deel van Kafue NP het beste deel om wild te spotten.

Het zuiden van Kafue NP is meer bush, dichter begroeid met hoger gras, struikgewas en bomen. Dit maakt het lastiger om het wild te spotten, hoewel olifanten in dit gebied eerder gezien worden dan op de Busanga plains. Het andere wild is hier ook aanwezig, maar is gewoon veel moeilijker te spotten. Dit park, en zeker het zuidelijk deel, is voor zij die die niet altijd het makkelijkste pad bewandelen, die een uitdaging willen in een speciaal, authentiek gebied.

De meest complete safari beleving in Kafue brengt je daarom zowel naar het noorden als naar de zuidelijke regio’s. Ook vogelliefhebbers zijn op hun plaats in Kafue. Door de ruime aanwezigheid van water en verschillende ecosystemen zijn er maar liefst 400 soorten vogels te zien in het park. Daarbovenop is het dichtbegroeide zuiden van Kafue de enige plek waar je de endemische Chaplins Barbet (Chaplins baardvogel) kan vinden.

Lower Zambezi is een van de recentste nationale parken in het zuidoosten van Zambia. In 1983 werd de Zambezi vallei uitgeroepen tot nationaal park, daarvoor fungeerde het als privé wildpark voor de president van Zambia. Hierdoor is het park heel lang gevrijwaard gebleven van massatoerisme, en dat merk je nog steeds. Lower Zambezi NP past perfect in het rijtje van ongerepte wildernissen in Zambia. Het heeft een divers landschap en de vallei heeft natuurlijke schoonheid in overvloed.

Centraal in deze wilde vallei stroomt de Zambezi rivier, een kolkende blauwgroene massa water die als een kloppende ader door het dal snijdt. Aan de noordkant van de rivier ligt het Lower Zambezi NP, aan de zuidkant ligt onder meer het Zimbabwaanse Mana Pools NP. Net zoals het Kgalagadi Transfrontier Park (Namibië, Botswana & Zuid-Afrika) is er ook hier sprake om een transfrontier park, over de grenzen heen, op te zetten.

Het verbaast niet dat de grootste concentraties wild in het park worden gezien in, rond en aan de oevers van deze rivier. Lower Zambezi is een waterrijk gebied. Het is dus echt het perfecte park om vanop het water wild te gaan spotten. Per kano, mokoro of motorboot de rivier afschuimen met de opkomende of ondergaande zon als achtergrond, maakt deze ervaring bijna magisch. Boottochten op het water staan bijna garant voor spectaculaire ontmoetingen met olifanten, buffels en nijlpaarden, die zich in grote kuddes in en rond de rivier verplaatsen. Afwezigen in dit park zijn de neushoorn (stroperij), giraffe en jachtluipaard.
Tot begin jaren ’90 was de populatie olifanten dramatisch laag ten gevolge van stropers, maar dankzij Conservation Lower Zambezi zijn ze terug aan een sterke opmars bezig. Deze grote kuddes wild (met verder ook waterbok, kudu, zebra, …) zorgen op hun beurt weer voor veel leeuwen, luipaarden, en krokodillen in Lower Zambezi NP.
Ook (water)vogels vindt je hier in overvloed. Met talloze, kleurrijke variaties bijeneters (bee-eaters), vorkstaartplevier (collared pratincole) en zwarte- en visarenden met hun herkenbare roep die over het water galmt. In de zomer kan je hier zelfs een paradijselijke Narina-trogon tegenkomen.

De Victoria watervallen zijn de breedste watervallen van Afrika. Zij vormen een watergordijn van 1708 meter breed en 100 meter hoog en hebben een maximale valhoogte van 128 meter. Maar liefst 500 miljoen liter water per minuut kan over de rotswand vallen. De hoeveelheid water is afhankelijk van het seizoen, kortwek in mei veel en in september weinig water). De Victoria Falls zijn gelegen in de Zambezi, op de grens tussen Zambian en Zimbabwe.
De lokale bevolking noemt deze watervallen tegenwoordig de Mosi-oa-Tunya (Letterlijk vertaald: “de rook die dondert”).

De eerste blanke die de watervallen heeft gezien en wereldkundig heeft gemaakt is de Schotse missionaris en ontdekkingsreiziger David Livingstone op 17 november 1855. “Geen enkel ander uitzicht in Engeland kan de schoonheid hiervan overtreffen” en “zulke lieflijke beelden moeten de engelen met bewondering bekeken hebben tijdens hun vluchten” schreef hij later.