Tanzania – Verrukkelijk veelzijdig

Tanzania, gelegen in het oosten van Afrika, is een safari land bij uitstek. Verschillende wildparken met grote groepen dieren en een grote veelzijdigheid aan natuur en landschap: voor elke safariliefhebber een must om eens geweest te zijn.

Grofweg kan je de safarimogelijkheden verdelen in een Noordelijk Circuit en Zuidelijk Circuit. Het Noordelijk Circuit is compact en het bekendste met Serengeti National Park en Ngorongoro Krater, ook de Grote Migratie vindt hier plaats. Het Zuidelijk Circuit met Selous en Ruaha is interessant voor de avontuurlijke wildliefhebber die liever over ongebaande paden reist.

tanzania safari auto

Klimaat en beste reistijd

Tanzania ligt net onder de evenaar en kent daardoor een tropisch klimaat dat wordt gedomineerd door een droog – en regenseizoen. Temperaturen verschillen nogal door de uiteenlopende hoogtes. Zo ligt het noorden van Tanzania op gemiddeld 1500m boven zeeniveau en zijn de temperaturen er veel aangenamer dan het lager gelegen kustgebied en het zuiden van Tanzania.

Het kustgebied, ook wel de Swahili kust genoemd, is het gehele jaar door warm en vochtig met temperaturen tussen 22 graden en 35 graden en een hoge luchtvochtigheid tot wel 80%. In de hoger gelegen bergachtige gebieden, zoals Mount Kilimanjaro, Mount Meru en de noordelijke – en zuidelijke hooglanden zijn de temperaturen aangenaam en soms zelfs koud.

De koele periode is over het algemeen van juni tot en met oktober en de warmste periode van oktober tot en met februari. De neerslag varieert sterk en is onregelmatig over het land verspreid. Over het algemeen kan aangehouden worden dat half november en december het korte regenseizoen betreft en maart, april en mei het lange regenseizoen.

Lodges of kamperen

Beiden zijn mogelijk. Kamperen wordt veel gedaan in Tanzania, weliswaar door de avontuurlijke reiziger. Je zal overigens in de meeste gevallen reizen met een gids (en kamp kok) in Tanzania, de wegen zijn er in slechte staat, het landschap is ruw. Voorafgaande ervaring met 4×4 rijden (in Afrika) is echt een must voor wie er zelf op uit wil trekken.

Als je echt op je budget moet letten kies je best voor een kampeerreis op publieke campsites. Slapen in simpele canvas tentjes, inklapstoelen en slaapzak incluis.

Voor wie graag het avontuur opzoekt, maar liever in een exclusievere sfeer, zijn er ook zogenaamde ‘wilderniss camps’. Dit zijn mobiele camps in de wildernis, waar dus geen hekken rond staan. Het is belangrijk om goed te luisteren naar de gids en/of om de nodige voorzorgsmaatregelen te nemen. De mate van comfort is hier eveneens beperkt, maar de sfeer is exclusiever.

Tented camps zijn ook een optie. In deze semipermanente camps heb je het beste van beide werelden. Een behoorlijke dosis comfort (deftig bed, openlucht badkamer met zicht op de savanne, een mooi terras…).

Ten slotte kan je kiezen voor lodges, die vaak luxe, maar ook prijzig zijn.

Hoogtepunten

Noordelijk circuit
De bekendste wildparken liggen in het noorden van Tanzania. Dit is de wereld van ‘The Big Five’: olifant, buffel, leeuw, luipaard en neushoorn. Ook als u ooggetuige wilt zijn van de migratie, de grote volksverhuizing van de gnoes en andere dieren, dan kan dat nergens beter dan in het noorden. Elk park heeft z’n eigen charme.

De beste reistijd voor een safari in Noord-Tanzania is december t/m maart en juni t/m oktober. In april, mei en november is het regenseizoen. Tijdens het regenseizoen vallen er vooral in de nacht en ochtend korte tropische buien waarna het weer opklaart. Het biedt echter ook een aantal voordelen omdat er minder toeristen zijn en het landschap erg groen is. Omdat de parken dicht bij elkaar liggen wordt een safari in Noord-Tanzania op de traditionele manier uitgevoerd, in een privé safari jeep met een professionele gids. Meestal verblijvend op drie verschillende locaties met een safari duur tussen 5 en 12 dagen.

Serengeti National Park is misschien wel het bekendste wildpark ter wereld. Het Maasai woord ‘Siringitu’ betekent eindeloze vlakte. Vooral de enorme roofdieren populatie en de jaarlijkse wildebeest migratie, maken het gebied uniek. Beroemde BBC-natuurdocumentaires (Planet Earth, Great Migrations) hier zijn opgenomen.

Het park heeft een oppervlakte van bijna 15.000 km2 en bestaat voor 1/3 uit open grasvlakten, afgewisseld met acaciawouden en opvallende ‘kopjes’, bergen grote kiezelstenen. In de buurt van de kopjes is vaak meer begroeiing en daardoor meer wild en vogels te zien.

Het park is vooral bekend om zijn rijkdom aan luipaarden, cheetah’s, leeuwen en andere katachtigen, de kans om een luipaard te spotten is nergens zo groot als in de Seronera Vallei. Maar het is de grote migratie waar de Serengeti misschien wel het meest beroemd om is. Ongeveer 1,5 miljoen gnoes, 200.000 zebra’s en 350.000 gazelles verplaatsen zich twee keer per jaar zo’n 1900 kilometer om genoeg water en groen gras te vinden om te kunnen overleven. Wie de migratie eenmaal met eigen ogen heeft aanschouwt, houdt voor altijd van Afrika.

De gemiddelde hoogte van het Serengeti National Park is 1400m boven zeeniveau, de temperaturen liggen tussen 15 graden en 25 graden. Het voornaamste regenseizoen is voor lange regens van maart tot en met mei en de korte regens in oktober en november. Juni tot oktober zijn de koelste maanden, met lage temperaturen in de avond.

Game drive: gezien de grootte van Serengeti National Park zijn er diverse routes mogelijk door de verschillende gebieden. De afwisseling in landschappen maakt de routes zeer gevarieerd.

Ballon safari: een ballonvlucht over de uitgebreide steppes van de Serengeti is een once-in-a-lifetime-experience! U stijgt op bij zonsopgang, als het licht nog zacht is en de enorme uitgestrektheid van de Serengeti vlaktes ervaart. U geniet van fantastische vergezichten, de grote groepen wilde dieren die onder u voorbijtrekken. Na de vlucht landt u ergens midden in de bush voor een champagne ontbijt.

Nacht safari: een aantal accommodaties bieden nachtsafari’s aan. Na het diner vertrekt u met een open voertuig en gaat u op zoek naar nachtdieren zoals genetkatten, hyena’s, luipaarden, bush baby’s en de Serengeti kangeroo.

Wandelsafari: ook wandelsafari’s behoren tot de mogelijkheden. Bij een bush walk gaat u op zoek naar zebra’s, antilopen, wrattenzwijnen, impala’s, wildebeesten en giraffen.

De Seronera en de zuidelijke vlakten worden gezien als de ‘klassieke’ Serengeti met een grote uitgestrektheid aan open graslanden waar verschillende diersoorten leven, van leeuw tot struisvogel. In de buurt van de kopjes vind je klipspringer, luipaard, reptielen en verschillende soorten vogels die zich in de rotsen nestelen. De Simba en Moru kopjes zijn geschikt voor het bezichtigen van verschillende troepen leeuwen. Bij deze kopjes is dan ook het idee van de Disneyfilm ‘The Lion King’ ontstaan.

Lobo en de noordelijke Serengeti is het rustige, noordelijk deel van het park en heeft groene heuvels die zich uitstrekken richting de Keniaanse grens. Door de relatief dichte begroeiing is het in dit gebied wat lastiger om dieren te spotten, maar ook hier komt het luipaard voor. Het is mogelijk om een gamedrive te maken zonder ook maar één ander voertuig tegen te komen. Deze gebieden zijn het beste te bezoeken in september en oktober. Gedurende het hele jaar is er genoeg te zien in het park, het grootste deel van de olifantenpopulatie van de Serengeti komt hier voor.

De Westerse Passage, de relatief smalle arm van de Serengeti die zich uitstrekt vanuit het westelijke gedeelte van de Seronera Vallei tot bijna aan de kustlijn van Lake Victoria is vlakker dan de andere gedeeltes van de Serengeti. Naast een aantal kleine, geïsoleerde bergketens, wordt dit gebied voornamelijk gedomineerd door de rivieren Grumeti en Mbalageti. De vegetatie van de Westerse Passage wordt gekarakteriseerd door woodland, onderbroken door gebieden van open grasland en dichtheid van de grijze ‘whistling thorn’.

In de Acacia drepanolobrium is de toeristenstroom laag, ondanks goede mogelijkheden om wild te zien. Tussen mei en juli migreren hier dieren, maar het komt ook voor dat ze meer naar het oosten trekken in seizoenen met hevige regenbuien. Het oversteken van de Grumeti rivier is een van de dramatische gedeeltes van de jaarlijkse wildebeest migratie en een feestmaal voor een dichte populatie gigantische krokodillen!

Lake Ndutu is een alkaline meer ligt ten zuiden van de Ngorongoro – Serengeti grens. Wanneer er voldoende water in het meer aanwezig is gebruikt de Masaï het als drinkwater voor het vee. Het regenseizoen zorgt voor veel dieren rondom Lake Ndutu. Het acacia woodland rondom het meer zorgt voor vele vogelsoorten in dit gebied.

De Ngorongoro krater ontstond zo’n twee miljoen jaar geleden en is ook bekend als ‘s werelds grootste caldera (een krater die gevormd is door vulkanische activiteit, waarbij een implosie in plaats van een explosie heeft plaatsgevonden). De krater heeft een doorsnee van 17-21 kilometer en een oppervlakte van circa 260 km2. De rand ligt ongeveer 600 meter boven de kraterbodem en in het midden ligt een zoutmeer.
’s Nachts beklimmen kuddes zebra’s en olifanten de rand van de krater en overdag dalen de Masaï met kuddes koeien en geiten de krater in om deze te laten grazen op de groene kraterbodem. ‘Ngorongoro’ is afgeleid van het geluid dat wordt gemaakt door de bellen om de nekken van het Masaï vee.

De Ngorongoro krater is het dichtstbevolkte wildgebied ter wereld. Dit ‘8ste wereldwonder’ herbergt 30.000 dieren, waaronder de Big 5. Behalve grote kuddes zebra’s en gnoes vind je in Ngorongoro olifanten, leeuwen, nijlpaarden, jachtluipaarden en de in Tanzania niet veel voorkomende zwarte neushoorn. Wanneer u het noorden van Tanzania bezoekt mag de Ngorongoro krater niet ontbreken!
De Ngorongoro kraterrand ligt op een hoogte van ongeveer 2300m en kent daarmee een koel klimaat, met tussen juni en augustus de laagste temperaturen. Het gebied kent twee korte regenseizoenen; april, mei en november.
Tijdens de sensationele afdaling naar de kraterbodem zijn de eerste uitzichten op de krater adembenemend. Tijdens een wandeling over de kraterrand komt het besef pas van de gigantische oppervlakte. Zelfs vanaf deze hoogte kunnen de kuddes buffels en wildebeesten herkend worden en met een verrekijker kunnen olifanten langs de grenzen van Lerai Forest worden gespot. De krater is ‘Big 5’ gebied bij uitstek.

De Ngorongoro krater is vele male kleiner is dan Serengeti National Park of Tarangire National Park en dus is een halve dag in de krater voldoende om dit wereldwonder en zijn bewoners te ontdekken.

Lake Manyara is een van de parken waarin veel dieren en natuur te zien is in een relatief ‘klein’ gebied, want het park is 330 km2 groot en wordt daardoor soms onterecht overgeslagen. Toch is het een perfecte safari-introductie en is het handig gelegen tussen Arusha en Ngorongoro. Het biedt met 11 ecosystemen een zeer divers landschap: prachtige groene bossen gevoed door het ondergrondse water, acacia’s, open grasvlaktes, moerassen en zoutwatermeer. Lake Manyara staat bekend om haar rijkdom aan vogels zoals pelikanen en flamingo’s. Bezoekers kunnen meer dan 100 soorten vogels op een dag verwachten! Ook is het een van de beste parken om olifanten van heel dichtbij te zien. Ook de acaciaboom klimmende leeuwen zijn beroemd. Verder leven hier o.a. luipaard, cheetah, dik-dik, nijlpaard, masai giraf en zebra. Door een goede toevoer van water is het park altijd in goede conditie en is er dus altijd genoeg water voor de dieren. Het park is daarom in alle maanden van het jaar een prima safari bestemming.

Dit wat onbekendere, 2850 m2 grote natuurgebied op 3,5 uur van Arusha, kenmerkt zich door het heuvelachtige terrein, de diep gelegen Tarangire rivier die hier bijna altijd gevuld met water is, kleine moerassen, de acacia’s en de enorme baobabbomen. Het wildpark kent een relatief grote olifantenpopulatie, maar er zijn ook buffels, cheetah’s, hyena’s en soms leeuwen te zien. In de droge periode tussen juli en november verzamelen de dieren zich bij de moeraslanden en Tarangire rivier voor vers drinkwater. Vooral in deze maanden is dit park een aanrader. Het nationaal park is het gehele jaar door te bezoeken.

Een bucketlist ervaring! De hoogste berg van Afrika (Uhuru Peak ligt 5895 meter boven zeeniveau!) ligt in het noordoosten van Tanzania (300 km ten zuiden van de evenaar) en is de hoogste vrijstaande berg ter wereld. Ze speelt een niet weg te denken rol in het leven van de Tanzanianen. De mythische berg wordt hier liefkozend ‘Kili’ genoemd (kilima betekent ‘kleine berg’ in Swahili) en ligt vlakbij de landsgrens met Kenia. Heel bijzonder is dat de top ondanks de enorme hoogte voor de meeste mensen met een normale conditie wandelend te bereiken is. De oudste was 88 jaar en de snelste deed het in minder dan 7 uur… op en neer! Alhoewel u de Kilimanjaro beklimmen ook weer niet moet onderschatten. Het blijft een enorme uitdaging en niet iedereen haalt de top door hoogteziekte! Tijdens de beklimming, waarvoor u zo’n vijf tot negen dagen moet uittrekken, ziet u de meest spectaculaire landschappen voorbijkomen. U wandelt door tropisch regenwoud, alpine landschap, woestijn en eindigt vervolgens op de top in een arctisch klimaat waar neerslag alleen nog maar in de vorm van sneeuw of hagel valt. Afhankelijk van de gewenste moeilijkheidsgraad kunt u kiezen uit vier verschillende routes naar de top. De Machame Route, de Marangu Route, de Lemosho Route of de Rongai Route. Tijdens de tocht wordt u ondersteund door een professioneel team bestaande uit een ervaren gids, een kok en dragers die alle benodigde spullen naar boven dragen en het kamp voor u klaarzetten. U kunt in een dag het ‘basecamp’ bereiken, maar voor de echte avonturiers zit er wellicht zelfs een tocht naar de hoogst besneeuwde Uhuru Peak (‘vrijheid’ in het Swahili) in! De Machame route (6 of 7 dagen) is populair door de geleidelijke stijging, waardoor het lichaam kan wennen aan de hoogte en dus grote kans op het halen van de top. De tocht begint in het tropische regenwoud met verschillende apensoorten en verandert geleidelijk in arctische landschappen en spectaculaire uitzichten op Mount Meru! Aangezien nog steeds de meeste toeristen de Marangu route beklimmen is het op de Machame route relatief rustig wat de beleving van de klim ten goede komt. Overnachting in tenten. De Marangu route (5 dagen) wordt ook wel de ‘coca-cola’ route genoemd. Deze staat bekend als minder zwaar en daardoor toegankelijker en drukker. Het is de kortste en dus voordeligste route, maar met de meeste kans op hoogteziekte door de snelle bestijging. De enige route met overnachtingen in hutten. De Lemosho route (7 tot 9 dagen) wordt door weinig toeristen gekozen. Slapen in tenten, geleidelijke stijging. De Rongai Route (7 dagen) kent een lange route naar het startpunt. U wordt hier door een Landcruiser afgezet. Doordat de Rongai klim al op een flinke hoogte begint is deze route minder ideaal voor de acclimatisatie. Ook tijdens deze route overnacht u in tenten.

Arusha National Park is maar 140 km2 groot en ligt op een half uur rijden van Arusha, maar biedt veel natuurschoon met dichte bossen, heuvels, meren en kraters. Het westen van het park is ruig en bergachtig, hier ligt dan ook de Meru krater en de op één na hoogste berg van Tanzania, Mount Meru (4565m). De in het zuidoosten gelegen Ngurdoto krater bestaat voornamelijk uit grasland en wordt ook wel de kleine Ngorongoro krater genoemd. De ondiepe Momella meren in het noordoosten kleuren in het broedseizoen van de flamingo’s prachtig roze. Hoewel er geen leeuwen en jachtluipaarden in het park leven, zie je er wel giraffen, impala’s, buffels en veel vogelsoorten. In dit park is de kans ook groot de galante Colobus aap te zien. Dit zijn zwarte apen met een lange witte staart. Colobus betekent verminkt in het Latijn, de apen zijn zo genoemd omdat ze aan elke hand maar 4 vingers hebben. Ze missen een duim.

In dit park kan je op wandel- of kanosafari, game drive of Mount Meru beklimmen.

Activiteiten in Arusha
Wandelsafari: Arusha National Park is één van de weinige parken in Tanzania waar u onder begeleiding van een gewapende ranger een wandelsafari kunt ondernemen. Ook per kano kan je hier dicht bij het wild komen.

Lake Eyasi ligt 75 km ten zuidoosten van de Serengeti, op 3,5 uur van Arusha. Het is een zoutwatermeer op ongeveer 1000 meter hoogte. Het gebied rond het meer is net als de grote riftvallei gevormd door vulkanische activiteit. De wanden van de riftvallei (tot 650 meter hoogte) stijgen indrukwekkend uit boven het meer.

Het meer is omringd door een sterk variërend landschap: het grenst aan kraterhooglanden in het noorden en tropische bossen in het zuiden. Lake Eyasi is niet het gebied voor het grote wild; hier leven vooral vele vogelsoorten aan de oevers van het meer. Een prachtig gebied om een of twee dagen door te brengen tussen uw safari’s door, om te genieten van prachtige natuur en de wandelsafari’s.

Het meer is onder meer bekend om zijn bewoners, de Datoga en Hadzabe die hier al meer dan 10000 jaar wonen. Ze spreken door middel van klik geluiden, en stammen af van de San (Bosjesmannen), die ook in Zuidelijk Afrika de oorspronkelijke bewoners waren. Verder leven er ook Masaï en verschillende Bantu groeperingen. Dit volk leeft nog op traditionele wijze, ze jagen nog voor hun vlees, en melken hun koeien, en eten de wilde vruchten uit de bossen rondom het meer.
Door een bezoek aan de Hadzabe, Datoga of Masaï stammen kunt u daadwerkelijk beleven hoe deze mensen al meer dan 10000 jaar in de omgeving van Lake Eyasi leven.

Het afgelegen Lake Natron ligt in het noordoosten van Tanzania en gedeeltelijk in Kenia op 4 uur rijden van Lake Manyara. Het is gelegen aan de voet van de actieve vulkaan Oldonyo Lengai, ‘Berg van God’ in Masaï. Lake Natron is een van de vele zoutmeren van Tanzania en is minder dan 3 meter diep. De oppervlakte die het beslaat is afhankelijk van het waterniveau. De kleur van het Natronmeer is kenmerkend. Wanneer het water tijdens het droge seizoen verdampt, stijgt het zoutgehalte tot een niveau waarbij zoutlievende micro-organismen goed gedijen. Hoewel de meeste bacteriën een karakteristieke blauwe kleur hebben, wordt de soort die in het Natronmeer voorkomt gekenmerkt door een rood pigment. Daardoor ontstaat de opvallende rode kleur van het meer, en de oranje tint in de ondiepere delen daarvan. Ook de zoutkorst op de oppervlakte krijgt door deze bacteriën vaak een rode of roze tint. Het meer is het enige broedgebied voor de 2,5 miljoen bedreigde kleine flamingo’s (lesser flamingo) die leven in de Grote Riftvallei.

In het dorpje Mto wa Mbu, grenzend aan de Great Rift Valley en Lake Manyara National Park, zijn verschillende culturele activiteiten mogelijk. In samenwerking met de TTB (Tanzanian Tourism Board) en de Nederlandse ontwikkelingsorganisatie SNV zijn hier een aantal duurzame excursies uitgezet. Van het cultuurtoerisme in Mto wa Mbu profiteert de lokale bevolking. Door de irrigatiesystemen die vanaf 1950 in gebruik werden genomen en de vele stammen uit allerlei windstreken op de vruchtbare grond afkwamen, is Mto wa Mbu uitgegroeid tot een een klein stadje met vele culturele achtergronden. Je kunt er een vialleg walk doen, mountainbiken of een traditionele lunch gebruiken.

Activiteiten
Village walk Mto wa Mbu: tijdens deze wandeling krijgt u een idee van de culturele rijkdom van Tanzania. U ontmoet de vriendelijke bevolking, bezoekt de markt en krijgt u van een lokale gids informatie over de lokale gebruiken. Vast onderdeel van de wandeling is het bezoeken van een dranklokaal waar het proces van het Chagga bananenbier ‘Mbege’ wordt toegelicht. Uiteraard mag u ook proeven. Verder wordt er palmolie gewonnen, pijl en boog gefabriceerd voor de jacht, matten en manden van papyrus gemaakt, potten gebakken, lemen houten gebouwd en eeuwenoude ijzerbewerkingstechnieken toegepast.

Mountainbike tour Mto wa Mbu & Lake Manyara
Mocht u liever op de fiets springen dan is een mountainbike tour zeker aan te bevelen. Ook dit project wordt ondersteund door SNV. Een afwisselende fietstour van 2 á 3 uur door Mto wa Mbu, bananenplantages, een stukje woud en uiteindelijk Lake Manyara! Op weg naar Lake Manyara komt men bavianen, zebra’s, wildebeesten, wrattenzwijnen en uiteraard de flamingo’s bij het meer tegen!

De village walk of mountainbike tour is goed te combineren met een lokale Swahili lunch! Samen met Bibi (een van de oudste bewoners van het dorp) worden pilau, ugali, pili pili, wali en machareri op traditionele wijze bereid.

Zuidelijk en westelijk circuit
Dit is het gebied voor de echte ontdekkingsreiziger. Hier is het toerisme veel minder ontwikkeld dan in het noorden en u zult zich zo nu en dan ‘alleen op de wereld’ voelen. Een paradijs voor de ware avonturier. Omdat het wild hier minder gewend is aan de aanwezigheid van mensen is het ook schichtiger. Dat betekent dat er soms meer geduld voor nodig is om het wild van dichtbij te zien. Een uitgelezen plek om een getraind ‘rangersoog’ te ontwikkelen! De uitgestrektheid van het gebied maakt het soms nodig een binnenlandse vlucht te maken.

De beste reistijd voor een safari in het westen van Tanzania is mei tot en met oktober. Mahale Mountains National Park is het hele jaar door goed te bezoeken.
De beste reistijd voor een safari in het zuiden van Tanzania is juni tot en met oktober. Er is dan weinig neerslag en veel zon. Bovendien is dit de beste tijd om wilde dieren waar te nemen.

Selous Game Reserve is met een oppervlakte van 50.000 km² een van de grootste reservaten in de wereld, 3x zo groot als de Serengeti. Het park is vernoemd naar Sir Frederick Selous, een jager die natuurbeschermer werd en die bij Beho Beho begraven ligt.

Het fraaie landschap is heel divers: van dichte bossen, heuvels en bergen, meren en moerassen tot grote open grasvlaktes. Dit maakt de diversiteit aan dieren zo groot, want elk dier heeft zijn eigen habitat. De Rufiji rivier speelt een belangrijke rol in dit gebied en de game drives zullen zich vaak rondom deze rivier afspelen omdat hier de meeste dieren te zien zijn.

U vindt in dit park alle dieren: zebra’s, giraffen, verschillende soorten antilopen, nijlpaarden, krokodillen, leeuwen, luipaarden en zelfs wilde honden en zwarte neushoorns, die in het noordelijke circuit zeer zeldzaam zijn. In de Selous zijn naast de gebruikelijke jeepsafari’s (ook off-road) ook bootsafari’s mogelijk. Het is zelfs één van de weinige parken in heel Tanzania waar dit mogelijk is. Ook worden er meerdaagse fly-tent safari’s aangeboden: wandelen met een gids en kamperen midden in de bush. Tot slot worden er in Selous ook wandelsafari’s aangeboden wat Selous de meest gevarieerde safari bestemming van Tanzania maakt

Het koele seizoen is van juni tot oktober, met een uitloop naar november de beste tijd voor safari. Naarmate het droge seizoen vordert, worden de safari’s steeds succesvoller omdat het wild zich gemakkelijker laat zien.

Het regenseizoen loopt van november tot en met mei met een drogere periode in januari en februari, de beste tijd om vogels te spotten. Gedurende de hevige regens, meestal vanaf eind maart tot en met mei, treedt de rivier buiten haar oevers, de paden worden onbegaanbaar en door het hoge gras wordt het onmogelijk om wild te spotten. Het park is onbereikbaar en de gates worden gesloten. Vanaf juni worden reizigers getrakteerd op prachtige groene plaatjes, vruchtbare ‘miombo’ bossen en een volle rivier.

Ruaha National Park, gelegen in het zuidwestelijke deel van Tanzania, is met 20.000 km2 een van de grootste nationale parken in Tanzania. Samen met Selous maken zij onderdeel uit van het ‘zuidelijke circuit’. Ruaha staat garant voor een pure en authentieke safaribeleving, want er komen nog minder bezoekers dan in Selous. De naam van het park komt van de “Great Ruaha River” die door het park stroomt en de belangrijkste rivier in het park is. Daarnaast trekken de Mdonya en Mwagusi Rivier veel dieren aan.

Alhoewel niet zo bekend als de Serengeti, behoort dit park tot de beste safariparken in Afrika. De vele (roof)dieren, veelal schaduw zoekend onder een van de enorme baobabbomen of acacia’s op uitgestrekte vlaktes, maken het ‘Out in Africa gevoel’ compleet.
Bijzonder aan dit park is de overgang van twee omgevingen, van de typische acacia bos van Oost-Afrika naar de miombo bossen van Zuid-Afrika. Daardoor komen de dieren uit beide habitats hier voor. Ruaha is vooral bekend om zijn grote populatie olifanten, vaak onder de grote baobabbomen op zoek naar wat schaduw. Er lopen er zo’n 10.000 rond in het park. Daarnaast is Ruaha een waar paradijs voor de vogelliefhebber, er zijn 436 soorten vogels geïdentificeerd maar naar schatting zijn er zo’n 475.

Over het algemeen heet en droog met temperaturen over de 40 graden Celsius gedurende oktober en november. Ondanks de hitte is de luchtvochtigheid laag en daarom goed uit te houden. Wild bezichtigen gaat het beste tussen mei en november, vogelaars kunnen beter tussen december en april gaan. Het park is het hele jaar te bezoeken.

Mikumi National Park ligt op 4 uur rijden van Dar Es Salaam of Ruaha en is ruim 3000km2 groot. Het vormt sinds 1967 de noordelijke grens van Selous Game Reserve. Dwars door het park loopt de ruim 900 km lange Tanzam highway van Dar es Salaam naar Zambia. Olifanten, zebra’s en giraffen grazen langs de snelweg en troepen bavianen zoeken naar voedsel. Ten noorden van de weg liggen de open savannes van de Mkata vloedvlakte en ten zuiden liggen de met miombo boslanden begroeide heuvels. Vaak wordt Mikumi gebruikt als tussenstop tussen Ruaha en Selous, maar eigenlijk doet dat het park te kort. Zeker voor fotografen is het een mooie bestemming. Mikumi is vooral bekend om zijn prachtige vergezichten en de vlaktes met baobabs en acacia’s vol dieren met daarboven stralend blauwe luchten. Er is niet veel toerisme in dit park. Een aanrader dus voor absolute rustzoekers. Mikumi wordt bevolkt door elanden, olifanten, luipaarden, giraffen, buffels, zebra’s, leeuwen, gnoes, diverse antilopensoorten waaronder de sabelantilope en 400 soorten vogels. Ook zijn er wilde honden gespot. De dieren laten zich vooral zien bij de kunstmatig aangelegde waterpoelen. Hier wordt dan ook regelmatig ontbijt of sundowner genoten.

Voor safari’s is de beste reistijd juni tot en met oktober, de lange droge tijd. Het regenseizoen is van december tot mei, dan treedt de rivier buiten zijn oevers, maar daartussen is er een droog seizoen in januari en februari, een goede tijd om vogels te spotten.

Mahale National Park heeft een oppervlakte van 1600 m2 is in 1980 gesticht ter bescherming van een aantal van de laatst overgebleven wilde chimpansees in Afrika, een populatie van ongeveer 800 chimpansees. De zeer afgelegen en met tropische regenwouden begroeide Mahale Mountains rijzen tot wel 2.500 meter hoog uit boven het azuurblauwe Tanganyika meer. Kleine stranden grenzen aan dampende tropische regenwouden die overgaan in koele bamboebossen. Nog hoger liggen mistige bergwouden en boven de 2 km hoogte liggen graslanden. In de verschillende habitats leven vele soorten wilde dieren: apen, vogels en kleurrijke vlinders. Er lopen geen wegen door het park en de dichtstbijzijnde weg ligt 60 km verderop, dus u kunt het alleen te voet verkennen. Je kan hier met gids op zoek naar de chimpansees.

Naast chimpansees kunt u er ook rode franjeapen, roodstaartmeerkatten, blauwe- en groene meerkatten en grote troepen bavianen zien. Ook de oliepalmeekhoorn en het Afrikaanse kwaststaartstekelvarken komen in de bossen voor. Luipaarden komen voor, maar worden zelden gezien. In de avond komen civet- en genetkatten tevoorschijn en soms zwemmen nijlpaarden langs de kampen. Aan de oostkant van de bergen komen olifanten, buffels, giraffen en zelfs leeuwen voor, maar er zullen maar weinig bezoekers naar Mahale gaan om deze dieren te zien. In het kristalheldere meer leven ongeveer 250 soorten fraai gekleurde vissen.

De dagelijkse activiteiten zijn meestal gebaseerd op excursies in het bos waar je op zoek gaat naar chimpansees, gevolgd door een ontspannende middag. De wandelingen zijn niet heel erg veeleisend, een goede conditie maakt het wel gemakkelijker. Meestal zijn de apen binnen een half uur gevonden, soms duurt het 3 uur. Tevens kunt u ook op bootsafari gaan, kajakken of gewoon heerlijk ontspannen op het strand aan of zwemmen in het Tanganyika meer.

De beste tijd om chimpansees te zien in Mahale Mountains is de droge tijd van juni tot en met oktober. Mahale kent 2 seizoenen die bestaan uit een lange droge tijd en een lange regentijd. Eind oktober valt de eerste regen waarna de regen een piek bereikt van december tot en met april. In mei neemt de regen sterk af en regent het gewoonlijk alleen nog in het begin.

Mahele Mountains NP is een exclusief en duur park, maar de moeite zeker waard. Het park grenst aan Congo en is alleen toegankelijk per vliegtuig, waarna u overstapt op een boot om naar uw lodge te varen. Een bezoek kan het beste gecombineerd worden met Katavi National Park en Ruaha National Park.

Gombe Stream ligt net als Mahale Mountains National Park bij Lake Tanganyika in west-Tanzania. Het is het kleinste nationale park van Tanzania, maar ook een van de bekendste parken ter wereld door het fascinerende werk van Jane Goodall met “haar” chimpansees in de jaren ’60 van de vorige eeuw. Het onderzoek naar de circa 100 chimpansees in het park loopt nog steeds en is een van de langste studies ooit.

Naast chimpansees leven er ook red colobus monkey, bushbaby en ongeveer 200 soorten vogels. Er zijn hier weinig tot geen roofdieren.

De belangrijkste activiteit is natuurlijk chimpansees tracken en het voederstation. Voor de tracking is door het vochtige en hete klimaat een goede conditie nodig. Het park is moeilijk bereikbaar en het is prijzig om er te komen. Daarom zijn er weinig bezoekers.

De beste tijd om wilde dieren te zien in Gombe Stream National Park is de droge tijd van juni tot en met oktober. De beste tijd om in Gombe op zoek te gaan naar chimpansees is de lange droge tijd, wanneer de chimpansees gewoonlijk op de lagere hellingen zitten. In de regentijd zitten de chimpansees hoger, waardoor ze moeilijker te vinden zijn. Ook kunnen de paden dan vrij glibberig zijn.

Gombe NP is iets minder luxe en goedkoper dan Mahale. Een bezoek kan het beste gecombineerd worden met Katavi National Park en Ruaha National Park.

Het UMNP bestrijkt zo’n 1.990 km² met als letterlijk hoogtepunt het Udzungwa gebergte met een piek van 2.576 m. Het woord “Udzungwa” stamt af van het woord “Wadzungwa” (‘mensen die aan de voet van de bergen leven’), waarschijnlijk verkeerd uitgesproken door de Duitsers. Onderweg naar het park rijd je door de Kilombero vallei: een prachtig gebied met suikerrietplantages en typisch Tanzaniaanse dorpjes. Een slechte weg, maar het prachtige gebied loont de moeite!

Udzungwa is belangrijk voor het omringende gebied, omdat het de regenwolken tegenhoudt die van de Indische oceaan afkomen en de plantages voorziet van voldoende water. De thee, koffie, en elektriciteit zouden hier niet verbouwd kunnen worden zonder de Udzungwa Mountains. Je kan alleen kamperen in Udzungwa, in het nabijgelegen dorpje Mang’ula zijn een aantal B&B’s.

Udzungwa Mountains National Park bestaat grotendeels uit een tropisch regenwoud, beboste berghellingen en grasland. Er leven zes apensoorten, waaronder de zeldzame Iringa Red Colobus en de Sanje Crested Mangabey, die alleen in Udzungwa leven en de laatste pas in 1979 werd ontdekt! Verder vind je er meer dan 400 vogelsoorten, zoals de Rufous winged Sunbird, de Udzungwa Partridge, red capped forest warbler en de dappled mountain robin. Verder vindt men in UMNP de Black and White Colobus, yellow Baboons, Sykes, Vervet Monkeys en bushbabies. Ook bestaat de kans om olifanten, bosvarkens en duikers te zien en zelfs leeuw en luipaard zijn weleens gespot.

Het park is vooral bekend om zijn wandelmogelijkheden met of zonder gids, auto’s kunnen er ook niet komen. Ook is er een Prins Bernard Waterfall Trail (hij opende het park in 1992), die zonder gids gelopen kan worden. Je kan varen met een houten kano op de Kilombero rivier en dorpjes bezoeken.

De regen valt vooral in maart tot mei en in november en december. Het droge seizoen is in juni tot en met oktober met een maximale temperatuur van 27 graden Celsius.

Katavi National Park is 4500 km2 groot en ligt zeer afgelegen. Het is pure, ongerepte wildernis. Er komen jaarlijks nog geen 100 bezoekers. Niet omdat er niets te zien is, want in de droge tijd zijn er enorme kuddes olifanten en buffels van honderden dieren, grote aantallen roofdieren die gemakkelijk te zien zijn. Maar echt uniek zijn de waterpoelen met honderden nijlpaarden en krokodillen die elkaar de plas uitvechten.

In de droge tijd concentreren de wilde dieren zich op de Ngolema-, de Katusunga-, en de Chada vloedvlaktes. Op en rond de vlaktes staan vrij dichte struik- en miombo boslanden. In de droge tijd is het snel gedaan met het water en groeit er alleen wat halfhoog gras. In de regentijd verandert het in een zee van groene moerassen. Dit is Afrika zoals het ooit was.

Door het park loopt een gravel road, waar maar een paar auto’s per dagen overheen rijden. Omdat de wilde dieren zich concentreren op de vloedvlaktes ziet u hier soms jeeps van andere kampen, waardoor het wat drukker aan kan voelen dan u wellicht had gedacht. Als u weet dat er maar iets van 12 jeeps in het hele park zijn, valt het eigenlijk ook weer heel erg mee.

Over de zwart gekleurde aarde, black cotton soil, valt in de regentijd vrijwel niet te rijden, waardoor de accommodaties dan sluiten. Katavi wordt vaak gecombineerd met de chimpansees in Mahale en/of met de Selous en Ruaha in het zuiden van Tanzania.

Tijdens het regenseizoen is de Katuma River een toevluchtsoord voor vele watervogels. De kans is daarnaast heel groot dat u nijlpaarden en krokodillen kunt spotten. De Katuma River is in het droge seizoen de enige bron van drinkwater binnen kilometers afstand, dit zorgt er ook voor dat er duizenden olifanten, kuddes zebra’s en giraffen naar dit gebied trekken. De leeuwen en hyena’s laten zoveel gemakkelijke prooien niet op zich wachten en maken er een groots spektakel van.